10 maart 2008

Recessie, inkomen en huizenprijzen

De banencijfers die afgelopen vrijdagmiddag bekend werden, laten er geen misverstand over bestaan: de VS zitten keihard in een recessie. Vandaag zetten we wat macro-economische feiten op een rijtje.

Als we op de officiële cijfers afgaan dan weten we pas maanden, soms zelfs meer dan een jaar later of we in een recessie zitten. Dat komt omdat cijfers over de stand van de economie met vertraging binnenkomen en daarna ook nog weer eens vele malen moeten worden aangepast. Deze laatste aanpassingen van de cijfers onttrekken zich zo goed als altijd aan de waan van de dag. De beurzen zijn dan al weer met andere zaken bezig.

Om sneller te weten of we nu in een recessie zitten, kunnen we onder andere kijken naar de hoeveelheid beschikbare banen. Of iets beter geformuleerd: naar de maandelijkse veranderingen in die hoeveelheid banen. Als het aantal afneemt (de groei komt onder nul), dan is dat bijna altijd een teken dat we in een recessie zitten. Sterker nog: een afname zo groot als die afgelopen vrijdag werd gerapporteerd (-63.000), is sinds de jaren zeventig, volgens de New York Times, altijd een aankondiging van een recessie geweest.

De New York Times publiceerde een bijzonder illustratieve figuur, waarin de groei van het aantal banen wordt afgebeeld (blauwe staven), tezamen met de veranderingen in de koers van de S&P500-index (rode staven) en de huizenprijzen (groene staven). De huizenprijzen zijn al sinds eind 2006 in de VS met meer dan 15% gedaald en dan praten we voor alle duidelijkheid over inflatiegecorrigeerde prijzen (ook voor de S&P500-index).

Vooral die daling van de huizenprijzen doet pijn. Een daling van de huizenprijzen is tezamen met een economische recessie een bijzonder gevaarlijke cocktail voor de bestedingsmogelijkheden van de mensen. In de VS, zo maakte het Consensus Bureau of Statistics ook bekend, daalde het gemiddelde inflatiegecorrigeerde inkomen van een gezin van $49.244 in 1999 naar $48.201 eind 2006. Gewoon verarming dus, en dan praten we nog over de officiële inflatiecijfers.

Gezien de daling van de huizenprijzen en de stijgende inflatie en rente, lijkt die inkomensachteruitgang alleen maar erger te zijn geworden vorig jaar. En nu zitten de Amerikanen naar alle waarschijnlijkheid ook nog in een recessie, die de inkomens verder onder druk zal zetten. Bush gaat niet voor niets cheques uitdelen van $1200 per (echt)paar en $300 per kind, omdat men zo langzamerhand doorkrijgt dat die inkomensachteruitgang de economische groei dan toch eindelijk parten gaat spelen.

Die inkomensachteruitgang speelt in Europa ook, al proberen politici dat graag te verbloemen door te spelen met tientallen koopkrachtplaatjes. Vooral rond Prinsjesdag is het gênante gegoochel met cijfers bedoeld om ons burgers in verwarring te laten over hoe we er eigenlijk voorstaan. Maar laat ik u geruststellen (of juist niet): ook hier speelt al jaren het fenomeen reële inkomensachteruitgang.

In een eerdere column heb ik uitgelegd dat de bestedingen de laatste jaren op hoog niveau konden blijven (ondanks reële achteruitgang) doordat we meer gingen lenen. Door de lage rente konden we dat ook gemakkelijk doen. Bovendien stegen de huizenprijzen fors, waardoor we eenvoudig de overwaarde konden benutten voor het verfraaien van onze huizen of voor andere extra leningen op ons huis.

Normaal gesproken is reële inkomensachteruitgang (dus na inflatie) natuurlijk funest voor de economische groei. De politici (zowel in de VS als in Europa) zijn echter gered door de lage rente en de stijgende huizenmarkt (waardoor we dus meer konden lenen en besteden). Anders hadden de economische problemen zich al veel eerder aangediend.
Op de keper beschouwd zijn de Amerikanen nu in de problemen gekomen doordat de dalende reële inkomens (een trend die dus al jaren speelt) nu niet meer kunnen worden opgevangen door stijgende huizenprijzen. In Nederland klopt de regering zich nog op de borst dat het hier nog zo goed gaat. Bij ons eisen de dalende reële inkomens (nog) geen tol omdat we wij nog relatieve rijkdom voelen doordat onze huizenprijzen blijven stijgen.
In ons land wordt onze regering dus (voorlopig nog) gered doordat onze huizenmarkt anders werkt dan die in de VS (bij ons wordt eigenlijk al vanaf de oorlog structureel te weinig gebouwd). Doordat er in de VS alles aan wordt gedaan voor iedereen dat huis te bouwen dat hij wenst (ok, zelfs voor mensen die dat eigenlijk niet konden betalen, men schoot daar dus iets te ver in door) zijn zij in de problemen gekomen.

Wij in Nederland hebben veel minder mogelijkheden te kopen wat we willen. Vele, vooral jongere, gezinnen kunnen niet eens kopen wat ze willen. En als het al lukt, dan zijn we vaak vele jaren van zoeken en procedures verder. Die vastgelopen woningmarkt houdt de prijzen hoog en voorkomt dus Amerikaanse toestanden. Nog sterker aangezet: wij Nederlanders worden gered door jarenlang mismanagement in de woningmarkt. Tja, en dan maar naar die Amerikanen wijzen dat zij zo stom bezig zijn.

Voor alle duidelijkheid worden in deze column zaken vereenvoudigd om een duidelijk standpunt te kunnen formuleren. Ik realiseer me dat de huidige economische recessie in de VS, terwijl het in Europa nog relatief goed gaat, een complexer economisch spel is dan alleen de interactie tussen inkomens en huizenprijzen. Maar het is wel een zeer belangrijk onderdeel van de problematiek, iets waar politici het liever niet over hebben.

Bron: DFT.nl

Geen opmerkingen: